Het meisje en de man

1590Het meisje was beslist het eenzaamste meisje van de wereld. Ze woonde in een klein huis, ergens middenachter ver weg. Elke ochtend at ze een kommetje yoghurt, elke middag een boterham en elke avond een bordje soep. Alleen. Na haar yoghurt veegde ze haar huisje en na haar boterham zat ze voor het raam. Maar er kwam nooit iemand voorbij.

Op een middag wilde het meisje uit het raam naar de stromende regen gaan kijken. Ze pakte haar stoel, zette ‘m voor het raam en toen… wat was dat?

Er stond een koffer op de stoep, ze zag het vanuit haar raam. Een totaal verregende koffer. Snel haalde het eenzaamste meisje van de wereld de natte koffer binnen en maakte ‘m open.

In de koffer zat een opvouwman. Dat was prettig voor het meisje. Maar de opvouwman was ook helemaal nat, net als de verregende koffer. Voorzichtig vouwde het meisje de man uit en hing ‘m te drogen.

1588Na verloop van tijd hoorde ze zachtjes kreunen. Bezorgd boog het meisje zich over naar de man, die zacht smekend vroeg of ze hem misschien alsjeblieft wilde omdraaien: het bloed stroomde zo naar z’n hoofd. Blozend maakte het meisje hem los en draaide hem om.

Toen de man droog was, haalde het meisje hem van de lijn en vroeg of hij misschien een kopje koffie bliefde.

Na de koffie vouwde ze hem voorzichtig weer op, legde hem terug in de koffer en zette deze weer terug op de stoep. Het regende nog altijd.

 

Anja Jager